Leerboek immunologie. (2016)
- Record Type:
- Book
- Title:
- Leerboek immunologie. (2016)
- Main Title:
- Leerboek immunologie
- Uniform Title:
- Immunologie.
- Further Information:
- Note: G.T. Rijkers, F.G.M. Kroese, C.G.M. Kallenberg, R.H.W.M. Derksen.
- Editors:
- Rijkers, Ger T
Kroese, F. G. M (Franciscus Gerardus Maria)
Kallenberg, Cornelis Gijsbertus Maria
Derksen, R. H. W. M (Ronald Henricus Wilhelmus Maria), 1949- - Contents:
- 10 INFECTIES EN INFECTIEZIEKTEN --- 10.1 Het aantal micro-organismen dat op en in een individu aanwezig is, overtreft het aantal lichaamscellen 10.2 Bij infecties en infectieziekten is de wankele balans tussen micro-organisme en gastheer (tijdelijk) verstoord 10.3 Epithelia van huid en slijmvliezen vormen uiterst effectieve barrières tegen infecties 10.4 De aangeboren afweer is lang niet altijd voldoende om een infectie door bacteriën volledig te bestrijden 10.5 Virussen worden geheel geëlimineerd, geven aanleiding tot een chronische infectie of blijven in latente vorm aanwezig 10.6 Bij de afweer tegen schimmels zijn alle componenten van het aangeboren en verworven immuunsysteem betrokken 10.7 Parasitaire infecties kan het immuunsysteem vaak moeilijk bestrijden; ze zijn veelal chronisch van karakter 10.8 Micro-organismen en parasieten gebruiken een aantal verschillende manieren om te ontsnappen aan het immuunsysteem --- 11 AANGEBOREN DEFECTEN IN DE AFWEER --- 11.1 Primaire immuundeficiënties zijn zeldzaam en verschillen sterk in klinische presentatie 11.2 Ernstige enof ongewoon verlopende infecties zijn klinische aanwijzingen voor een onderliggende immuundeficiëntie 11.3 Ongebruikelijke of opportunistische infecties kunnen wijzen op een onderliggende gecombineerde immuundeficiëntie van zowel het humorale als het cellulaire immuunsysteem 11.4 Cellulaire en gecombineerde immuundeficiënties kunnen deel uitmaken van syndromen waarbij ook andere orgaan- en celsystemen zijn10 INFECTIES EN INFECTIEZIEKTEN --- 10.1 Het aantal micro-organismen dat op en in een individu aanwezig is, overtreft het aantal lichaamscellen 10.2 Bij infecties en infectieziekten is de wankele balans tussen micro-organisme en gastheer (tijdelijk) verstoord 10.3 Epithelia van huid en slijmvliezen vormen uiterst effectieve barrières tegen infecties 10.4 De aangeboren afweer is lang niet altijd voldoende om een infectie door bacteriën volledig te bestrijden 10.5 Virussen worden geheel geëlimineerd, geven aanleiding tot een chronische infectie of blijven in latente vorm aanwezig 10.6 Bij de afweer tegen schimmels zijn alle componenten van het aangeboren en verworven immuunsysteem betrokken 10.7 Parasitaire infecties kan het immuunsysteem vaak moeilijk bestrijden; ze zijn veelal chronisch van karakter 10.8 Micro-organismen en parasieten gebruiken een aantal verschillende manieren om te ontsnappen aan het immuunsysteem --- 11 AANGEBOREN DEFECTEN IN DE AFWEER --- 11.1 Primaire immuundeficiënties zijn zeldzaam en verschillen sterk in klinische presentatie 11.2 Ernstige enof ongewoon verlopende infecties zijn klinische aanwijzingen voor een onderliggende immuundeficiëntie 11.3 Ongebruikelijke of opportunistische infecties kunnen wijzen op een onderliggende gecombineerde immuundeficiëntie van zowel het humorale als het cellulaire immuunsysteem 11.4 Cellulaire en gecombineerde immuundeficiënties kunnen deel uitmaken van syndromen waarbij ook andere orgaan- en celsystemen zijn betrokken 11.5 Humorale immuundeficiënties zijn complete of gedeeltelijke stoornissen in de vorming van antilichamen 11.6 Immuundisregulatiedefecten kunnen leiden tot immuundeficiëntie en lymfoproliferatieve aandoeningen 11.7 Defecten in het functioneren van cellen van het aangeboren immuunsysteem leiden tot ernstig verlopende infecties 11.8 Het frequent optreden van koorts zonder aanwijsbare verwekker of andere oorzaak kan duiden op een onderliggende immuundeficiëntie 11.9 Complementdeficiënties leiden tot ernstige bacteriële infecties en tot auto-immuunfenomenen 11.10 Genetische polymorfismen die leiden tot een niet goed functionerend product, kunnen bijdragen tot verhoogde gevoeligheid voor infecties --- 12 VERWORVEN STOORNISSEN VAN DE AFWEER --- 12.1 Door verschillende interne en externe factoren kan de functie van het afweersysteem verstoord zijn 12.2 Bij zowel pasgeborenen als ouderen functioneert het immuunsysteem niet optimaal en bestaat er een verhoogde kans op infecties 12.3 Voeding beïnvloedt de ontwikkeling en functie van het immuunsysteem 12.4 Stoornissen in de functie van het immuunsysteem kunnen secundair zijn aan andere ziekten en aandoeningen 12.5 Psychologische en fysieke stress onderdrukken het functioneren van het immuunsysteem 12.6 Medicamenteuze behandelingen van ziekten kunnen schadelijke effecten hebben op het immuunsysteem 12.7 Levensstijlfactoren en gebruik van genotmiddelen kunnen ook nadelige invloed hebben op het immuunsysteem en resulteren in een hoger infectierisico --- 13 ALLERGIE EN OVERGEVOELIGHEID --- 13.1 Een overmatige schadelijke respons van het immuunsysteem op antigeen wordt een overgevoeligheidsreactie genoemd 13.2 Allergenen zijn antigenen die een allergische reactie kunnen oproepen 13.3 Bij verreweg de meeste allergische overgevoeligheidsreacties zijn IgE-antilichamen betrokken 13.4 IgE-gemedieerde allergische reacties kunnen zich in verschillende ziektebeelden manifesteren 13.5 De allergische respons van de IgE-gemedieerde overgevoeligheidsreactie kent een vroege en een late allergische reactie 13.6 Een combinatie van diagnostische benaderingen is nodig voor het vaststellen van IgE-gemedieerde allergische aandoeningen 13.7 Bij de therapeutische interventies voor het behandelen van IgE-gemedieerde allergische aandoeningen ligt het accent op symptoombestrijding of onderdrukking van de ontsteking 13.8 Allergische overgevoeligheid die resulteert in een vertraagd-type-overgevoeligheid, is een Th1-lymfocyt-gemedieerde overgevoeligheidsreactie 13.9 Overgevoeligheidsreacties kunnen via betrokkenheid van IgG-antilichamen en complement weefselschade veroorzaken 13.10 Genetische factoren en omgevingsfactoren spelen een rol bij de ontwikkeling van IgE-allergie --- 14 AUTO-IMMUNITEIT --- 14.1 Immunologische tolerantie voorkomt reactiviteit tegen autoantigenen 14.2 Immunologische tolerantie wordt zowel centraal als perifeer geïnduceerd 14.3 Doorbraak van immunologische tolerantie kan op verschillende manieren plaatsvinden 14.4 Geslachtshormonen en genetische componenten zijn belangrijke modulerende factoren bij het ontwikkelen van auto-immuniteit 14.5 Auto-immuniteit kan leiden tot auto-immuunziekten 14.6 Pathofysiologische mechanismen van auto-immuunziekten kunnen worden ingedeeld naar de verschillende typen overgevoeligheid 14.7 De aanwezigheid van antilichamen gericht tegen algemeen voorkomende autoantigenen die niet beperkt zijn tot een bepaald orgaan of weefseltype, kan duiden op een systemische auto-immuunziekte 14.8 Systemische auto-immuunziekten kennen een grote variatie aan klinische presentatie en een grote overlap tussen de verschillende ziektebeelden 14.9 Endocriene auto-immuunziekten resulteren ofwel in deficiënties ofwel in overproductie van een bepaald hormoon 14.10 Belangrijke auto-immuunziekten van het centrale zenuwstelsel en het spierstelsel zijn multipele sclerose en myasthenia gravis 14.11 Behandeling van auto-immuunziekten is geëvolueerd van symptomatische onderdrukking van ontstekingsactiviteit tot gericht ingrijpen in het auto-immuunproces --- 15 ONTSPORING VAN DE AFWEER --- 15.1 Bij een ontsporing van het immuunsysteem wordt óf een immuunrespons niet beëindigd, óf is er sprake van een autonome toename van cellen van het immuunsysteem 15.2 Het grote aantal verschillende celtypen van het immuunsysteem, elk met hun eigen ontwikkelingsstadia, wordt weerspiegeld in de grote verscheidenheid aan ontsporingen ervan 15.3 Monoklonale ontsporingen vinden hun oorsprong in verworven genetische afwijkingen 15.4 Ontsporingen van lymfocyten komen relatief vaak voor doordat hun DNA, zowel tijdens hun vorming als bij de humorale respons, veranderingen ondergaat 15.5 Enkele voorbeelden van maligniteiten --- 16 TRANSPLANTATIE EN AFSTOTING --- 16.1 Getransplanteerde organen en weefsels worden door het immuunsysteem van de ontvanger als lichaamsvreemd herkend en daarna afgestoten 16.2 MHC-, non-MHC- en bloedgroepantigenen functioneren allemaal als transplantatieantigenen 16.3 Afstoting van een getransplanteerd orgaan kan op drie manieren gebeuren: hyperacuut, acuut of chronisch 16.4 Afstoting van het transplantaat wordt zoveel mogelijk voorkomen door ‘matching’ van donor- en ontvanger-MHC 16.5 Immuunsuppressie verbetert de orgaanoverleving, maar onderdrukt de afweer tegen infecties 16.6 Stamceltransplantatie kan defecten in hematopoëse of immuunsysteem herstellen 16.7 Inductie van transplantatietolerantie kan bijdragen aan een betere orgaanoverleving --- 17 VACCINS EN VACCINATIE --- 17.1 Vaccinatie biedt bescherming tegen infectieziekten 17.2 Passieve vaccinatie werkt onmiddellijk, maar houdt niet lang aan 17.3 Actieve vaccinatie is erop gericht om het immuunsysteem te versterken 17.4 Het Rijksvaccinatieprogramma beschermt kinderen tegen twaalf belangrijke infectieziekten 17.5 Voor ouderen en patiënten met een verzwakte afweer (immuungecompromitteerden) worden extra vaccinaties aanbevolen 17.6 Bij het reizen naar risicogebieden zijn vaak aanvullende vaccinaties gewenst en soms verplicht 17.7 Vaccins kunnen bestaan uit complete micro-organismen of onderdelen daarvan 17.8 De uitkomsten van een kosten-batenanalyse bepalen mede of een vaccin wordt opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma, of in aanmerking komt voor doelgroepvaccinatie 17.9 Minder dan 1 promille van de vaccinaties uit het Rijksvaccinatieprogramma vertoont enige mate van bijwerking 17.10 Tegen (nog) niet alle infectieziekten kan worden gevaccineerd 17.11 Vaccinatie is niet beperkt tot de preventie van infectieziekten, maar wordt ook gebruikt voor behandeling van tumoren, allergieën en auto-immuunziekten 17.12 De ontwikkeling van een nieuw vaccin kost vaak zeer veel tijd --- Appendix I CD-nummers --- Appendix II De belangrijkste chemokinen van het aangeboren en verworven immuunsysteem --- Appendix III Afkortingen --- Appendix IV Medewerkers aan dit boek en illustratieverantwoording --- Register … (more)
- Edition:
- Tweede, herziene druk
- Publisher Details:
- Houten : Bohn Stafleu Van Loghum
- Publication Date:
- 2016
- Extent:
- 1 online resource (XXI, 467 pages), color illustrations
- Subjects:
- 616.079
Immunology -- Handbooks, manuals, etc
Immune system -- Handbooks, manuals, etc
HEALTH & FITNESS / Diseases / General
MEDICAL / Clinical Medicine
MEDICAL / Diseases
MEDICAL / Evidence-Based Medicine
MEDICAL / Internal Medicine
Immune system
Immunology
Electronic books
Handbooks and manuals - Languages:
- Dutch
- ISBNs:
- 9789036802581
- Related ISBNs:
- 903680258X
9789036802574
9036802571 - Notes:
- Note: Includes bibliographical references and index.
Note: Online resource; title from PDF title page (EBSCO, viewed April 21, 2017). - Access Rights:
- Legal Deposit; Only available on premises controlled by the deposit library and to one user at any one time; The Legal Deposit Libraries (Non-Print Works) Regulations (UK).
- Access Usage:
- Restricted: Printing from this resource is governed by The Legal Deposit Libraries (Non-Print Works) Regulations (UK) and UK copyright law currently in force.
- View Content:
- Available online (eLD content is only available in our Reading Rooms) ↗
- Physical Locations:
- British Library HMNTS - ELD.DS.403682
- Ingest File:
- 02_453.xml